Het verhaal

De Bokken van Dongen

In 1890 had Dongen de hoogste concentratie van leerlooierijen in Nederland. Meer dan een kwart van alle Leerlooierijen stond in Dongen. In de 120 Looierijen en 38 schoenmakerijen werkten ongeveer 1500 arbeiders onder erbarmelijke omstandigheden. In de industrie worden schatten verdiend, maar niet door iedereen. Het was een tijd dat de kerk, de burgemeester, en het looierspatroon de dienst uitmaakten in één onwrikbare, gezamenlijke overtuiging: God heeft de standen gewild

De bokken van de Dongen, zoals de notabelen in de volksmond werden genoemd, hadden de lijfspreuk “In Dongen doen we dingen samen”. En dat deden ze! Zwendel, kartelvorming, miltvuur incidenten, winkelnering, vervuiling, lange werkdagen en het in stand houden van de lage lonen. Alles werd onderling besproken zodat de “Bokken van Dongen“ aan de macht bleven en fortuinen konden verdienen over de rug van de bevolking.

Er gaan geruchten dat alles werd besproken in een geheim clubhuis, maar tot op de dag van vandaag is hier nog nooit bewijs voor gevonden. Het enige wat er nog staat is een klein administratiekantoortje waar de arbeiders hun schrale loon op konden halen.